Project omschrijving

artikelen
Leestijd circa 12 minuten

De prikkelverwerking bij mensen met autisme en een verstandelijke beperking werkt anders dan bij mensen zonder autisme. Dit heeft meestal niets te maken met hoe de zintuigen prikkels opvangen. Het heeft te maken met hoe de hersenen de zintuig-prikkels verwerken en er betekenis aan geven.

prikkelgevoeligheid bij autisme en een verstandelijke beperking

In het kort: in dit artikel beschrijven we op basis van verzamelde wetenschappelijke, praktijk en ervaringskennis wat de prikkelverwerking van mensen met autisme en een verstandelijke beperking kenmerkt.

prikkels vb en autisme

andere prikkelgevoeligheid kenmerk van autisme

Specifieke over- of ondergevoeligheid voor bepaalde prikkels is sinds 2013 formeel erkend als kenmerk van autisme.  Dit geldt voor mensen met autisme van alle verstandelijke niveaus. In dit artikel leggen we uit waarin de prikkelgevoeligheid bij deze doelgroep anders is dan bij mensen zonder autisme. Hoe die specifieke prikkelgevoeligheid tot uiting komt verschilt per persoon en per situatie.

Naast prikkelgevoeligheid kan iemand natuurlijk ook zintuiglijke problemen hebben zoals blindheid of doofheid, maar dat zijn problemen die los staan van autisme.

lees meer over autisme en verstandelijke beperking in dit nva-dossier
download pdf met wetenschappelijke kennis over prikkelverwerking, autisme en een verstandelijke beperking 

prikkelfilter werkt anders

Onze hersenen filteren op welke prikkels we moeten reageren, en welke we mogen negeren, omdat ze onbelangrijk zijn. Het ‘prikkelfilter’ in onze hersenen selecteert welke prikkels voor ons welzijn belangrijk zijn en welke niet. Die functie is belangrijk om te kunnen overleven: dankzij honger-prikkels eten we op tijd, en dankzij onze waarneming van beelden, beweging en daaraan gekoppelde betekenis weten we wat we moeten doen als iemand uithaalt om ons te slaan of als er een auto snel op ons afkomt. Maar dan moet dat prikkelfilter wel goed werken.

Bij mensen met autisme werkt dit filter vaak anders, waardoor zij prikkels als sterk en belangrijk ervaren, die anderen nauwelijks opmerken. Of dat zij juist belangrijke prikkels zoals dorst niet opmerken omdat alle aandacht uitgaat naar die wapperende vlag buiten.

Doordat dit prikkelfilter anders werkt, kan iemand anders reageren dan je zou verwachten. Een reactie kan voor iemand met autisme en een verstandelijke beperking zelf heel logisch zijn, maar voor anderen niet te volgen. Bijvoorbeeld wanneer iemand met autisme en een verstandelijke beperking – zoals Mick van 7 jaar – zijn begeleidster altijd herkent aan bepaalde schoenen. Als die begeleidster ineens nieuwe schoenen heeft, dan is het goed mogelijk dat Mick haar niet herkent. Een logische reactie van Mick, maar onbegrijpelijk voor de begeleidster. Die heeft waarschijnlijk geen idee waarom Mick haar ineens niet meer herkent. De kans is groot dat Mick dit ook niet vertelt, omdat dit voor hem zo logisch is. Hij kan zich niet voorstellen dat een ander dat anders ziet.

Veel signaalgedrag van mensen met autisme en een verstandelijke beperking komt voort uit ongedurigheid, doordat iemand een situatie niet begrijpt. Je kunt iemand helpen om een situatie beter te leren begrijpen, waarna het signaalgedrag vaak ook verdwijnt. Door mensen met autisme te leren welke betekenis over het algemeen toegekend wordt aan een bepaalde combinatie van prikkels, kun je hen begeleiden om meer situaties te begrijpen. Vaak kun je dit opbouwen vanuit de details naar een groter geheel.

mogelijke hulpmiddelen

overgevoeligheid en ondergevoeligheid

‘door het gezoem van het digibord hoorde ik niet wat de juf vertelde’

Er is sprake van overgevoeligheid voor prikkels, wanneer bepaalde prikkels je sneller teveel zijn dan bij anderen. Dat gebeurt als je hersenen die prikkels sterker doorlaten en er intensiever mee aan de slag gaan. De hoeveelheid prikkels die je hersenen te verwerken hebben, voelt dan sneller als teveel, waardoor er geen prikkels meer bij passen. We noemen iemand hyperreactief, hyperresponsief of overgevoelig voor een bepaald zintuig als het prikkelfilter in de hersenen prikkels vanuit dat zintuig te veel en te sterk door laat, waardoor je meer en sterkere prikkels waarneemt. Je reageert vervolgens sterker op die prikkel dan de mensen in je omgeving verwachten. Dit kan leiden tot onbegrip.

Er is sprake van ondergevoeligheid als je onvoldoende reageert op prikkels uit je omgeving. Iemand is hyporeactief, hyporesponsief of ondergevoelig voor een bepaald zintuig als prikkels van dat zintuig niet voldoende door je prikkelfilter worden herkend. Die prikkels worden dan niet belangrijk genoeg gevonden om door je hersenen actief opgepakt te worden. Je neemt die prikkels dan te weinig of te zwak waar. Doordat de prikkel dan nauwelijks ‘binnenkomt’, reageer je er vervolgens niet of veel minder sterk op dan mensen in je omgeving verwachten. Dit kan ook leiden tot onbegrip.

prikkelgevoeligheid signaleren per zintuig

invloed van verstandelijk niveau

Hoe lager het verstandelijk niveau, hoe complexer de signalering en behandeling van de hiervoor genoemde specifieke prikkelproblemen. Het begripsniveau is bij mensen met een matige tot ernstige verstandelijke beperking lager, waardoor regie, communiceren over en interpreteren van prikkels moeilijker is. Bij de observatie en begeleiding van deze mensen is het afstemmen van je communicatie op dit begripsniveau essentieel

Het is mogelijk om via observatie van het gedrag, analyseren van vragenlijsten en gesprekken met betrokkenen om in te schatten of er sprake is van onder- of overgevoeligheid voor prikkels. Dat is iets dat je kunt leren, onder begeleiding van een specialist op dit gebied.

een prikkelprofiel opstellen