Project omschrijving

artikelen
Leestijd circa 13 minuten

Bij een optimale prikkelbalans kun je prikkels verwerken en je gedrag afstemmen op je omgeving. Je bent dan op een ontspannen manier alert op prikkels en in staat om deze te verwerken zonder teveel stress te ervaren. Bij problemen met onder- of overprikkeling kun je uit die balans raken. In dit artikel leggen we dit uit aan de hand van de verschillende zones van prikkelbalans.

uitleg over prikkelbalans

In het kort: uitleg over prikkelbalans in relatie tot onder- en overprikkeling en arousal (=stress- of spanningsniveau). Uitgewerkt op basis van input van met name Brigitte Blijlevens, SI-specialist bij zorginstelling Koraal, opgeschreven in het kader van het onderzoeksnetwerk Sensatie van een Goed Leven.

prikkelbalans en arousal (=stress of spanning)

Een bepaalde mate van stress hoort bij het leven. Het kan ons alerter maken en helpen om betere prestaties te leveren. Pas wanneer de stress te heftig is of wanneer de stress maar aan blijft houden, dan ontstaan er problemen. Daarbij is een bepaalde mate van rust essentieel, zodat je kunt herstellen en bijkomen van inspanningen en stress. Maar teveel rust leidt tot sloomheid, en gebrek aan activiteit, bijvoorbeeld om te leren en je te ontwikkelen.

Er zijn verschillende zones van arousal, variërend in de hoeveelheid spanning of stress die je ervaart. Als je in jouw zone van optimale arousal bent, dan ervaar je prikkelbalans. De hoeveelheid stress is dan zodanig dat je prima prikkels kunt verwerken en nieuwe informatie kunt opnemen. Je ervaart ook voldoende rust om te herstellen van de stress die je ervaart. Als je teveel of te weinig spanning ervaart, dan lukt dat niet meer.

Als je arousal te hoog oploopt, dan kun je zo ‘vol’ raken van alle spanning en prikkels, dat je hersenen geen nieuwe prikkels meer kunnen opnemen en verwerken. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren als je langdurig veel stress ervaart, na een traumatische gebeurtenis, als je extra gevoelig bent voor bepaalde prikkels (= overgevoeligheid) of als je onvoldoende hersteltijd ervaart. Dit noemen we ook wel overprikkeling of hyper arousal.

Het kan ook zijn dat je arousal te laag is, dat je wegdroomt, dat je onderuit zakt, apathisch en sloom wordt. Je hebt rust nodig om te herstellen van inspanningen, maar bij teveel rust ervaar je te weinig prikkels om in actie te komen, en ook dan ben je niet in staat tot leren of prikkels verwerken. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren als je hersenen te weinig uitgedaagd worden, als ze weinig alert zijn op bepaalde prikkels (=ondergevoeligheid), of als je heel moe bent. Dit wegzakken noemen we ook wel onderprikkeling of hypo arousal.

We kennen allemaal ervaringen van teveel of te weinig arousal ervaren, maar bij de ene persoon gebeurt dit vaker dan bij de andere. Als je snel onder- of overprikkeld bent, dan is de bandbreedte van je optimale prikkelbalans beperkt. Dit kan te maken hebben met je prikkelgevoeligheid (ben je snel over- of onderprikkeld?), maar ook met de mate waarin er prettige uitdagingen of juist stressvolle factoren in je leven zijn.

In de onderstaande ‘arousal chart’ kun je zien hoe iemands arousal kan variëren tussen verschillende zones. De middelste zone kun je zien als de optimale arousal en de optimale prikkelbalans:

zones van arousal (= spanning of stress)

de verschillende zones van prikkelbalans

Om prikkelverwerking en prikkelbalans in kaart te brengen worden vaak instrumenten ingezet, waarin gewerkt wordt met kleuren. Met behulp van die kleuren worden signalen beschreven die duiden op de mate waarin iemand prikkelbalans – of gebrek daaraan – ervaart. We onderscheiden ruwweg 4 zones, die we hieronder beschrijven:

Zone groen is de zone waarin je prima in staat bent om prikkels op te nemen en te verwerken, en waarin je voldoende rust en hersteltijd ervaart. Je kunt binnen de groene balans-zone prima variëren naar meer of minder spanning. Af en toe een terugslag naar ‘zone blauw’ (onderprikkeling) of een uitschieter naar ‘zone oranje’ (overprikkeling) verloopt meestal zonder al te grote problemen. Iedereen heeft momenten dat hij of zij zich prettig voelt, en momenten van stress of juist van sloomheid, waarin je minder goed in staat bent om prikkels te verwerken. Lastiger is het als prikkels je heel snel teveel worden, veel sneller dan bij anderen. Of dat je juist heel sterke prikkels nodig hebt om in actie te komen. Veel mensen met autisme (met of zonder verstandelijke beperking) hebben dagelijks last van overgevoeligheid en/of ondergevoeligheid voor bepaalde prikkels. De bandbreedte van hun optimale ‘zone groen’ is bij hen vaak heel beperkt.

Je kunt in deze zone terecht komen als de stress toeneemt, als er teveel te verwerken is, of als je uit je doen raakt door een bepaalde prikkel die alles lijkt te overheersen. Wanneer de stress toeneemt is dit vaak merkbaar in je gedrag. Er zijn dan signalen van spanning, zoals snelle oppervlakkige ademhaling, gespannen spieren, onrustig bewegen. Het is belangrijk dat deze signalen herkend worden – door jezelf en/of mensen in je omgeving. Want in deze fase ‘oranje’ kost bijsturen naar ‘zone groen’ minder moeite dan wanneer je de stresssignalen blijft negeren. Als je die eerste signalen van oplopende stress onvoldoende oppikt dan loop je het risico om in zone rood terecht komen.

Wanneer oplopende stress onvoldoende gesignaleerd en bijgestuurd wordt, kun je in ‘zone rood’ terecht komen, waarin er geen prikkels meer bij passen. Dan kom je in een overlevingsstand, wat zich uit in overlevingsreacties zoals vechten, vluchten of bevriezen (een zogenoemde ‘shutdown’). Dat voelt niet fijn voor jezelf en ook niet voor je omgeving. Bijsturen kost dan veel energie en tijd. Je kunt dan ook niet meer goed nadenken over wat goed voor je is en wat niet. Je komt niet meer tot leren of reguleren.

In het andere uiterste: de ‘blauwe zone’ ben je juist sloom, slaperig en niet alert. Je zakt dan als het ware weg onder je raam. Je ervaart dan te weinig prikkels, en bent niet alert op wat er in je omgeving gebeurt. Als je je vaak in deze blauwe zone bevindt, dan is dat geen prettig leven. Prikkels gaan langs je heen, ze worden niet opgemerkt, je komt niet tot leren of genieten van dat wat er om je heen gebeurt. De omgeving kan nog weleens missen als iemand te weinig alert is, omdat iemand dan heel rustig en kalm overkomt. Diegene gedraagt zich dus op een manier die anderen niet snel opmerken of als ‘lastig’ ervaren.

LET OP: wanneer iemand niet of nauwelijks op prikkels reageert is het soms lastig om in te schatten of iemand in ‘zone blauw’ zit of in ‘zone rood’. Oftewel: dat iemand niet op bepaalde prikkels reageert vanwege onderprikkeling (zone blauw) of juist vanuit ‘bevriezing’ of ‘shutdown’ door overprikkeling (zone rood). Om dit beter te duiden kun je letten op spierspanning en ademhaling: iemand die onderprikkeld is heeft een ontspannen buikademhaling en weinig spierspanning, terwijl iemand die overprikkeld is een gespannen borstademhaling heeft, en vaak ook gespannen spieren.

hoe onze hersenen spanning of stress reguleren

Eenvoudig gezegd bestaan onze hersenen uit drie delen:

  • Reptielenbrein
  • Limbisch systeem
  • Neocortex

Het reptielenbrein en het limbisch systeem vormen tezamen ons alarmsysteem. Deze systemen reageren heel snel op prikkels die stress opleveren. Deze twee hersendelen leren ons meteen te reageren op gevaar en dat is nodig om te overleven. Ze sturen bovendien onze spieren en hormoonhuishouding aan. Iets later komt dezelfde prikkel aan in de neo-cortex. Daar vindt de analyse plaats of de prikkel ook echt gevaarlijk is. Het komt regelmatig voor dat je reptielenbrein en limbisch systeem al alarm slaan terwijl je neo-cortex nog geen analyse heeft gemaakt.

Bijvoorbeeld: ’s nachts klapt een deur dicht, je schrikt en denkt aan een inbreker, je hartslag versnelt (reptielenbrein), je ervaart gevoelens van angst (limbisch systeem), prikkel komt aan in neo-cortex, die vaststelt: het waait heel hard, de deur is dichtgewaaid. Je reptielenbrein en limbisch systeem halen je uit je optimale prikkelbalans en arousal (zone groen). Je neo-cortex helpt je weer om terug te keren naar die balans.

Je neo-cortex kan je soms juist ook uit balans houden. Dan hoor je bijvoorbeeld het geluid van een boormachine, je bent hier bang van, de stress neemt toe, je raakt uit je balans en je neocortex geeft alleen maar aan dat dit enge geluiden zijn, dat je hier nog nooit tegen hebt gekund en dat je gek wordt. Je blijft dan hoog in je arousal, en blijft ‘hangen’ in zone oranje of rood.

Je kunt dus even uit je zone groen schieten; bij reëel of irreëel gevaar, maar je kunt ook langer hoog in je arousal zitten waarbij je eigenlijk vrijwel voortdurend in zone oranje of rood bent.

tips en hulmiddelen om de bandbreedte van prikkelbalans (zone groen) te vergroten

Je prikkelbalans is dus optimaal in ’zone groen’. Hoe groot die zone is, verschilt tussen mensen. Een grote bandbreedte van je groene zone van prikkelbalans betekent dat je goed kunt omgaan met variatie in de hoeveelheid prikkels die je ervaart. Dit betekent dat je bij veel prikkels niet zo snel naar zone oranje of rood schiet of last hebt van overprikkeling, en dat je bij weinig prikkels alert blijft en niet snel wegzakt naar ‘zone blauw’ of last hebt van onderprikkeling. Je kunt dan in veel verschillende situaties blijven leren en functioneren.

Bij mensen met autisme en een verstandelijke beperking is de bandbreedte van hun optimale prikkelbalans vaak zeer beperkt. Zij raken snel overprikkeld, oftewel in zone oranje of rood, maar zijn tegelijkertijd vaak ook snel onderprikkeld, oftewel in zone blauw. Op sensonate.nl vind je de volgende tips en hulpmiddelen die kunnen ondersteunen bij een betere prikkelbalans: