Project omschrijving

hulpmiddelen
Leestijd circa 10 minuten

Grote en kleine signalen van over- of onderprikkeling kun je zien als aanwijzingen die om een (re)actie vragen. Op basis van die signalen kun je iets veranderen of doen, waardoor iemand zich beter kan voelen. Een signaleringsplan kan helpen om meer inzicht in te krijgen in de persoon-specifieke signalen en daarbij gewenste (re)acties. In dit artikel vind je voorbeelden van signaleringsplannen en tips hoe je deze kunt inzetten.

voorbeelden van signaleringsplannen

In het kort: de tips en voorbeelden van signaleringsplannen en spanningsmeters in dit artikel zijn verzameld zijn in het onderzoeksnetwerk De Sensatie van een Goed Leven. De tips zijn van autisme-expert Suzanne Agterberg (initiatiefneemster van SpectrumVisie en het Autismepaspoort).

waarom signaleren zo belangrijk is

Om tot een optimale prikkelbalans te komen, is het belangrijk om goed te kijken en luisteren naar wat iemand met autisme jou vertelt over hoe het met hem of haar gaat, en wat fijne en minder fijne prikkels zijn. Zodat je op basis daarvan inzicht krijgt in wat diegene nodig heeft om zich goed te kunnen voelen.

Het is fijn als iemand bij zichzelf signalen van over- of onderprikkeling kan herkennen, en dan zelf iets kan doen om zich weer beter te voelen. Maar veel mensen met autisme en een verstandelijke beperking zijn hiervoor (ook) aangewezen op ondersteuning vanuit hun omgeving.

waar een signaleringsplan bij kan helpen

Soms is gedrag moeilijk te ‘lezen’. Of is de oorspronkelijke prikkel al verdwenen en is moeilijk te duiden waarom iemand bepaald gedrag vertoont. Of er gebeurt zó veel tegelijk dat niet meer te bedenken is waar wat vandaan komt en wat nog kan helpen om iemand weer rustig te krijgen.

Een duidelijk signaleringsplan kan dan helpen. In een signaleringsplan beschrijf je heel concreet wat zichtbaar gedrag is in verschillende fases van stressopbouw (denk hierbij aan de Window of Tolerance), en wat op dát moment helpende interventies zijn. Dit kunnen interventies vanuit de omgeving zijn, maar ook van de persoon zelf.

Er zijn veel signaleringsplannen in omloop. Wat zij allemaal gemeen hebben is dat zij tot doel hebben om ‘groot gedrag’ uit te splitsen in deelgedrag: zichtbare signalen dat er iets aan de hand is of dat iemand ‘uit zijn raampje aan het lopen is’. Als je bij licht oplopende spanning al iets kunt doen wat helpt, dan hoeft de spanning niet verder op te lopen naar ‘rood’. Daarom is het belangrijk je te laten inspireren om te observeren: Kijk, luister en voel mee, zodat je op tijd kunt ondersteunen als dat nodig is.

zoveel mogelijk samen met de persoon met autisme

Er zijn signaleringsplannen die bedoeld zijn te gebruiken door de persoon met autisme zelf. Het voordeel van het meenemen van de persoon zelf is dat hierdoor zelfkennis en zelfregulatie bevorderd kunnen worden. Je kunt beginnen met het (samen) aangeven hoe het met een persoon gaat via een stressmeter. Vaak wordt daarbij gebruik gemaakt van kleuren en pictogrammen om het signaleren visueel te ondersteunen.

TIP: print het signaleringsplan (welk plan het ook is) op een groot vel uit en hang het op de binnenkant van een kast of deur. Spreek met elkaar af dat iedereen in een bepaalde periode de vakken in probeert te vullen. Alle kleine dingen die je ziet of denkt te zien zijn goed. Na deze periode bespreek je samen welke observaties kloppen en helpend zijn, en welke er af mogen.

Voorbeelden van signaleringsplannen

De toerenteller kan samen met kinderen met autisme en een verstandelijke beperking worden ingezet. Je kunt samen kijken hoe ‘warm’ of ‘koud’ de motor is. Aan de hand van de visuele toerenteller kun je observaties en acties invullen in het toerentellerblad.

In eerste instantie kan deze gebruikt worden door de (professionele) omgeving om te spiegelen/ ondertitelen hoe het met iemand gaat of lijkt te gaan. Bijvoorbeeld: “Ik zie dat je je vuisten balt en boos kijkt, ik denk dat jij in oranje zit”. Later kun je hier ook acties aan koppelen: “Ik zie dat jij in oranje zit, dat betekent dat je even rustig moet worden in de zitzak”. Op termijn is het misschien mogelijk dat de persoon met autisme dit zélf kan aangeven met behulp van de toerenteller. Hij of zij kan dan mogelijk ook zelf overgaan tot actie om zich beter te voelen.

download de: toerenteller met picto’s

download het samen in te vullen toerentellerblad om op te hangen

een veelgebruikte metafoor voor spanningsopbouw is het stoplicht. Dit vormt dan ook de basis van verschillende signaleringsplannen die door professionals worden ingezet voor diverse doelgroepen. Een voorbeeld van hoe dit eruit kan zien is het stoplicht voor Joep (=fictieve casus):  download stoplichtvoorbeeld joep

Er zijn ook specifieke apps voor verschillende doelgroepen, die helpen om signaleren vast te leggen en er acties aan te koppelen. In het artikel  apps als hulpmiddel voor een betere prikkelbalans  op sensonate.nl vind je voorbeelden hiervan.

Meer inspiratie