De tips in dit artikel kunnen helpen om meer prikkelbalans te ervaren op het zintuig proprioceptie (=beweging-sensoren).

tips voor het omgaan met bewegingsprikkels

In het kort: de tips in dit artikel zijn verzameld in het onderzoeksnetwerk De Sensatie van een Goed Leven.

hoe werkt het zintuig proprioceptie (=beweging-sensoren) ?

Onze spieren, pezen en gewrichten zorgen voor het registreren van bewegingen en de houding van ons lichaam. We noemen dit onze beweging-sensoren. Bij deze sensoren horen ook pijn-sensoren (nociceptoren). Zij merken scheurtjes in spieren, pezen en gewrichten op. Het zintuig beweging werkt nauw samen met het zintuig evenwicht (vestibulaire sensoren). Problemen met het verwerken van informatie via het bewegingszintuig leiden regelmatig tot motorische onhandigheid. Als je de beweging en stand van je spieren, pezen en gewrichten niet goed aanvoelt, kun je niet goed inschatten hoe krachtig en hoe ver je bewegingen moet uitvoeren om iets voor elkaar te krijgen.

signalen van prikkelgevoeligheid voor bewegingsprikkels

Signalen van overgevoeligheid voor beweging en druk zijn niet bekend. Overgevoeligheid voor evenwichts-prikkels komt wel regelmatig voor, dat kan lijken op overgevoeligheid voor beweging.

Signalen van ondergevoeligheid voor bewegingsprikkels en druk zijn bijvoorbeeld: te stevige hand geven, opzoeken van buiging en strekking van spieren, graag onder zware voorwerpen kruipen, slappe spierspanning, motorisch onrustig, graag klimmen, springen, duwen en trekken.

omgaan met prikkelgevoeligheid voor bewegingsprikkels:

Je kunt zelf proberen om samen te ontdekken wat prettig is. Over het algemeen is beweging een veilige prikkel. Wanneer je niet alert bent zorgt beweging ervoor dat je fitter wordt, wanneer je overprikkeld bent zorgt deze prikkel voor rust. SI-therapeute Myriam Ankone (Cosis) noemt de volgende variaties in bewegingsprikkels die je zou kunnen uittesten. LET Op: zet deze variaties niet allemaal tegelijk in, en lees eerst deze tips om te observeren en samen te ontdekken. Je kunt bijvoorbeeld op deze manieren variëren in beweging:

– richting: op- en neer, zijwaarts, voor-achterwaarts, ronddraaien, op de kop hangen

– tempo: langzaam, snel, rustig, monotoon, afwisselend

– activiteit (grof motorisch): kruipen door een kruiptunnel, lopen-wandelen-boodschappen doen, traplopen, rennen, fietsen, dansen, springen op een luchtkussen of trampoline of skippybal, schommelen op verschillende schommels, duiken in kussens, balspelen, buiten spelen, (meehelpen met) opruimen en schoonmaken, zitten op een wiebelkussen, in de schommelstoel, heen en weer kiepen op een stoel, gymnastiek, gewichtjes heffen, loodmanchetjes om, bewegen met een verzwaard vest aan, spelvormen met trekken, tillen, botsen, springen, kar met materiaal duwen, meubels verplaatsen, handen tegen elkaar duwen, jezelf vanaf je stoel opdrukken, handen op de tafel duwen, ledematen uitrekken.

Diepe druk bewegingsprikkels (zogenaamde proprioceptieve stimulatie) werken heel vaak! Deze werken zowel stimulerend als dempend. Denk aan activiteiten zoals: een zware tas sjouwen, een kar duwen, jezelf vanuit een stoel omhoog duwen. Maar ook: klei kneden, kauwgom kauwen, sillyputty in de hand. Kalmerende diepe druk prikkels zijn bijvoorbeeld een massage (zo zijn er in Amerika positieve ervaringen opgedaan met Qigong Sensory Training (www.qsti.org)). Ook onder een zware deken of drukvest liggen kan helpen om spanning te verminderen.

De combinatie van een diepe drukprikkel met een andere zintuigprikkel (zien, horen voelen, bewegen) geeft de beste kans op een goed alertheidsniveau, bijvoorbeeld kleien op passende muziek, springen op verschillende gekleurde kussens, verschillende soorten zware materialen opruimen, een kind aankleden op schoot.